Op Landerije de Bunte waarderen we de rijkdom aan planten die spontaan in onze weides opkomt. Toch zijn er soorten die ons voor een dilemma plaatsen. Jakobskruiskruid (Senecio jacobaea) is daar een duidelijk voorbeeld van.
Aan de ene kant is het een waardevolle plant binnen ons Nederlandse ecosysteem. De gele bloemen zijn in de zomer een belangrijke voedselbron voor meer dan dertig soorten vlinders en talloze bijensoorten. De Sint-jakobsvlinder draagt zelfs zijn naam aan deze plant en kan er niet zonder leven. Voor de insectenwereld is Jakobskruiskruid dus een onmisbare schakel.
Maar voor onze dieren ligt dat heel anders. De plant bevat pyrrolizidine-alkaloïden, stoffen die bij langdurige opname ernstige leverschade veroorzaken bij runderen, paarden en schapen. Het verraderlijke is dat deze giftigheid niet verdwijnt wanneer de plant droogt. In hooi of kuil wordt Jakobskruiskruid niet meer herkend door de dieren en gewoon meegegeten, met alle risico’s van dien.
Daarom kijken we altijd scherp of de plant in onze weides verschijnt. Hij zaait zich snel uit, één exemplaar kan honderden zaadjes verspreiden. Waar we hem aantreffen, verwijderen we de plant om te voorkomen dat hij zich verder verspreidt. Dat vraagt extra tijd en aandacht, maar het welzijn van onze dieren gaat boven alles.
Zo laat Jakobskruiskruid ons zien dat natuurinclusieve landbouw ook keuzes maken betekent: ruimte geven waar het kan, maar ingrijpen waar het moet. Het is een plant die voor insecten veel waarde heeft, maar die we uit onze weides zoveel mogelijk moeten weren. Gelukkig kunnen we andere soorten – zoals klaver, chicorei en smalle weegbree – volop de ruimte geven, zodat zowel biodiversiteit als diergezondheid gediend blijft.